Geslaagd

‘Weet je mama wat ik nu zou willen?’ Nee? Mijn vrouw kijkt zoon vragend aan. ‘Dat je weggaat.’

Het is de laatste schooldag voor de meivakantie. Nou ja, virtueel dan: we zijn al een tijdje niet meer echt op school geweest. De laatste toets die zoon nog moet doen staat vandaag op de planning: spreekvaardigheid Duits. Via videoverbinding uiteraard. Hij heeft regelmatig geoefend de afgelopen dagen, met z’n moeder. En die is benieuwd hoe de toets nu zal gaan. Maar zoon wil het nu zelf doen, zonder haar.
Mijn vrouw snapt het onmiddellijk, staat op en verlaat de kamer, om elders in het huis in spanning af te wachten hoe de toets zal gaan. Goed, gelukkig. Hij haalt een voldoende. Langzaam daalt die dag bij ons het besef in: zoon heeft al z’n toetsen gehaald voor zijn vmbo-diploma. Hij is geslaagd.

Het is een vreemde gewaarwording, waar we na al die jaren zorgen, zwoegen en soms strijd, maar moeilijk aan kunnen wennen. Is het nu voorbij? Is het vanaf nu ‘gewoon’? Waarschijnlijk niet. Volgend jaar op de havo zal er nog genoeg te doen zijn, om hem ook daar doorheen te helpen.
Maar toch is er iets fundamenteels veranderd. Tot vandaag was er altijd nog die diep weggestopte twijfel: zou het goed komen? De twijfel die begon toen hij vastliep in groep 8, groter werd toen het misging in de eerste klas, alomtegenwoordig was toen hij thuis kwam te zitten in de tweede. Rationeel konden we altijd beredeneren dat het wel goed zou komen. Hij was slim, sociaal vaardig, handig, talenten genoeg, daar kwam vast iets moois uit. Maar emotioneel was het een ander verhaal.

Nu hoeven we niet meer te twijfelen: het is goed. Het is niet per se dat papiertje, dat vmbo-diploma. Het is vooral dat hij het gedaan heeft. Dat maffe plan, waar we aan begonnen, nu ongeveer een jaar geleden. Om, na twee jaar nauwelijks regulier onderwijs te hebben gevolgd, met een verse ADHD-diagnose op zak, te zeggen: zullen we proberen volgend jaar vmbo-examen te doen? En hij deed het, hij groeide, ontwikkelde zich, eerst als mens, en daardoor ook cognitief.
Ik heb het hier beschreven, in de stukjes die hiervoor kwamen. Stapje voor stapje ging hij aan de slag. Het begon met het opendoen van boeken. Maken van oefentoetsen. Toen echte toetsen, die mee zouden tellen. Eerst de makkelijke vakken: Engels, Nederlands. Gaandeweg de moeilijkere vakken, waar hij echt voor aan de slag moest. Hij schreef zelfs een heus PWS over een politiek-maatschappelijk onderwerp.
Hij ging als een trein. Zelfs op het laatst, toen hij de moeilijkste vakken nog moest, en door de coronacrisis de begeleiding een stuk lastiger werd, liet hij zich niet ontmoedigen en werkte thuis gestaag door. Op het laatst zelfs in de voor hem heilige weekenden.

De ontwikkeling van een kind, een mens, verloopt grillig en onvoorspelbaar, maar wel weet ik nu dit: het gebeurt altijd in verbinding. Alleen ‘leren’ bestaat niet: je ontwikkelt je ook als persoon. Het is een wisselwerking. Hij moest zich eerst zichzelf ontwikkelen voor hij kon ‘leren’. En nu, nu hij cognitief bewijs van kunnen heeft geleverd, is hij als persoon ook weer gegroeid. Rustiger geworden (al zul je dat soms niet zeggen), en verantwoordelijker.
Die wisselwerking verloopt in verbinding met andere mensen: het fragiele netwerk van gezin, school, het bijbaantje dat hij sinds dit jaar heeft: alles werkt mee om een ontwikkeling te stimuleren. Of tegen. Maar de aandacht van die mensen was onmisbaar. Hij heeft het zelf gedaan, het afgelopen jaar, maar niet alleen.

Gras groeit niet harder door eraan te trekken, zeggen ze wel eens. De betekenis daarvan begrijp ik nu veel beter. Gras groeit vanzelf, maar kan het niet zonder de juiste hulpbronnen. Dat geldt ook voor kinderen. We moeten ons daarom vooral richten op de verbindingen, die de vruchtbare bodem vormen voor dat wat we dan ‘leren’ noemen. Maar dat leren begint al bij het eerste contact. We hebben mensen nodig in het onderwijs, die deze paradox begrijpen.

Zijn pad gaat verder, mijn verhaal daarover stopt hier voorlopig.

Your children are not your children.
They are the sons and daughters of Life’s longing for itself.
They come through you but not from you,
And though they are with you yet they belong not to you.
You may give them your love but not your thoughts,

For they have their own thoughts.
You may house their bodies but not their souls,
For their souls dwell in the house of tomorrow, which you cannot visit, not even in your dreams.

On Children – Kahlil Gibran (1883-1931)

Een gedachte over “Geslaagd

  1. Prachtig!! Het gedicht van Gibran heeft (en doet dat nog steeds) om mijn 3 zoons in geborgenheid hun eigen weg te laten vinden. Mijn oudste is nu 23 en mijn tweeling is 19. Alledrie vinden ze hun EIGEN weg. Dat mijn moederhart soms huilt, ze een gemakkelijker pad gunt, ze bij de hand wil nemen om ze te beschermen, wordt steeds minder relevant. Ze zijn van zichzelf!!

    Geliked door 1 persoon

Reacties zijn gesloten.