Hoepel

Zoon werkt in deze weken aan de laatste toetsen voor zijn vmbo-examen. We moeten nog Duits en geschiedenis. Ik schrijf ‘we’, want de toetsen zijn inmiddels een gezinsproject geworden. Dochter werkt met zoon aan zijn Duitse schrijfopdracht. Moeder oefent Duitse spreekvaardigheid. En aan mij de schone taak zoon door de geschiedenis van de 20e eeuw te loodsen. Iedere dag een half uur samen op de bank, het examenboek op schoot en Wikipedia bij de hand om zaken terug te kunnen zoeken die we niet meteen kunnen vinden in het boek.

Gelukkig vindt hij het onderwerp interessant. Hij heeft onlangs de Netflix-documentaire op basis van nieuw ingekleurde filmbeelden gekeken over de Tweede Wereldoorlog. Ik keek af en toe een stukje mee. Heel boeiend, onder andere over hoe de Amerikanen Japan wilden veroveren, maar daarvan terugschrokken, omdat het verzet zo hevig was. We praatten er even over na, ook over hoe verschrikkelijk de atoombom eigenlijk was.
Ook heeft hij een nieuw spel gekocht voor zijn Playstation over de Tweede Wereldoorlog. Ik kijk even mee hoe hij als Engelse Tommy behoedzaam door een zwaar beschadigd Rotterdam trekt tijdens de laatste dagen van de oorlog, op zoek naar de laatste verscholen Duitsers. Superrealistisch. Nijmegen zat er ook in, zegt hij, maar dat was eerder in de missie. Zo praten we bij het leren over de oorlog en nu, over uitsluiting van bevolkingsgroepen, de schuld afschuiven op zondebokken en de rol van propaganda. Heel actuele thema’s. Net in die dagen heeft Trump met een in elkaar geknutseld filmpje een groepje journalisten triomfantelijk getoond hoe geweldig zijn corona-aanpak is. Dat is dus propaganda, begrijpt zoon, het komt nog steeds voor. 

Maar met alleen interesse in het vak haal je je examen niet. Om dat te halen komt het op heel andere vaardigheden aan. Dan moet je weten hoe het hulpprogramma van de Amerikanen heette om de hyperinflatie in Duitsland te beteugelen. Dan moet je weten wat eerder kwam: de conferentie van München of het niet-aanvalsverdrag tussen Duitsland en Rusland. In welk jaar de Europese Unie precies werd opgericht. En wanneer ontstond Israël: in 1947, 1948 of 1949? Niet opzoeken, de antwoorden staan onderaan.

Dat soort vragen worden dan aan je gesteld in meerkeuzevorm, met meestal vier mogelijkheden. Een van die vier is dan totaal fout. Een tweede mogelijkheid is van de klok en de klepel. De twee overgebleven varianten lijken sterk op elkaar, en je moet heel precies lezen en je feitjes heel precies kennen om ze uit elkaar te houden.
Nu kent mijn zoon, net als de meeste mensen, de feitjes niet zo precies. Heel goed lezen is lastig met een ADD-diagnose–ook voor mensen zonder zo’n diagnose, merk ik wel eens. Hij raakt in verwarring. Weg zijn de boeiende gesprekken die we net nog hadden.

Een examen maken is door een hoepel springen. Je persoonlijke interesse en je springerige associaties negeren. Niet te lang nadenken, maar je strikt houden aan de precieze omschrijvingen in het boek.
Het is een tegenstrijdige gewaarwording. Het onderwijs van Agora, dat voortdurend zijn eigen interesse en motivatie heeft gestimuleerd, heeft hem ertoe gebracht dit examen te willen doen. Als resultaat van die ongelooflijke ontwikkeling wordt hij nu geconfronteerd met een toetsvorm waar het vooral aankomt op trucjes, waar eigen interesse er niet toe doet en associaties worden afgestraft. Je zou van minder gedemotiveerd raken.

Hij slaat zich er bewonderenswaardig doorheen. Hij wil dit halen. Hij wil naar de havo. Vanmiddag heeft hij de toets. De laatste hoepel. Als het hem maar lukt er doorheen te springen.


Antwoorden: Dawes-plan; de conferentie van München; 1993; 1948

Een gedachte over “Hoepel

  1. Ik lees met veel interesse je blogs en heb er veem aan met betrekking tot mijn eigen zoon. Dank daarvoor!
    Veel succes met de laatste hoepel!

    Like

Reacties zijn gesloten.