Los

Afgelopen week gebeurde er iets dramatisch. Zoons balletje-aan-een-touwtje ging stuk. 
Dat balletje is een belangrijk onderdeel van ons gezin geweest. Ooit, toen we nog echte winters hadden, een jaar of tien geleden, was het soms lang niet mogelijk om buiten te voetballen. En dat was wat zoon het liefste deed. Zijn belangrijkste reden om naar school te gaan, zo vertelde hij ons ooit, was omdat hij daar kon voetballen op het plein in de pauze. Het was ook zijn belangrijkste zorg bij de overgang van po naar vo: zouden ze daar nog voetballen in de pauze?
’s Winters ging dat voetballen niet. Een tijdlang hadden we daarom zo’n pluchen IKEA-voetbal, waarmee hij binnen kon voetballen. Maar dat leverde gevaarlijke situaties op: je kunt harder met zo’n ding schoppen dan je denkt. Dus kochten we een bal aan een touwtje. Daar kon hij eindeloos tegenaan schoppen, zonder dat we bang hoefden te zijn voor omvallende vazen of brekend servies.

Het balletje werd ook een uitlaatklep. We hadden wel eens lastige gesprekken te voeren, over school meestal. Zoon was niet zo goed in lastige gesprekken. Daar werd hij onrustig van, ging op z’n stoel draaien en rondrennen. Dat praat onhandig. Maar met dat balletje aan een touwtje kon hij bewegen en tegelijk stil staan. Het was wat maf om serieus met een jongen te praten, die tegelijk fanatiek tegen een balletje schopt, maar als je dat probeerde te negeren kon je best een goed gesprek voeren. Zo werd dat balletje een houvast.

Het was denk ik daarom een goed teken dat dat balletje de laatste jaren uit beeld verdwenen was. We hadden minder moeilijke gesprekken te voeren. Ook waren we ondertussen afgegleden in onze opvoedingsprincipes en rollen er nu altijd wel een of twee echte voetballen van verschillend formaat door ons huis. Zodat zoon er af en toe even een tussen z’n voeten heen en weer kan laten gaan. Heel even z’n vader panna spelen in de keuken als het nodig is.

Vorige week bereikten we ook een nieuwe mijlpaal qua moeilijke gesprekken. We hadden een anderhalvemeterafspraak met de decaan op school. Zoon heeft namelijk bedacht dat hij naar de havo wil. En dat is met zijn geschiedenis niet vanzelfsprekend, dus was een gesprek nodig. Ik had er een beetje tegenop gezien, maar eigenlijk was ik behoorlijk overbodig in dat gesprek.
Aan tafel bij de decaan deed hij rustig en duidelijk zijn verhaal. Decaan en zoon bespraken hoe het zou gaan, wat er van hem verwacht zou worden, en welk profiel hij zou kiezen. Zoon bleef ruim een half uur aandachtig, geen gefriemel, geen gedoe met capuchons, geen gedraai op z’n stoel. Wat een wereld van verschil met het laatste gesprek dat we in dat gebouw hadden, een paar jaar ervoor, met de zorgcoördinator, toen we werkelijk geen idee meer hadden wat de volgende stap zou moeten zijn.

Erg passend dus, dat precies deze week het touwtje brak. Het balletje was weer opgedoken bij het zoeken naar de tafeltennisbatjes voor de lenteavond-competitie in het speeltuintje. Even fanatiek als vroeger begon zoon er weer tegen aan te schoppen. Totdat het (veel te zachte) balletje plotseling met een dof plofje op de grond viel en daar hulpeloos bleef liggen. Daar stond hij dan, het touwtje nog in z’n handen. Even waren we stil. Toen moesten we allemaal lachen. Het balletje verdween in de vuilnisbak. Einde van een tijdperk.