Toets

‘Ja.’

De vraag was of het gelukt was met de toetsbespreking. Met pubers duren die app-gesprekken niet lang, daar ben ik inmiddels wel achter, maar dit was toch wel erg kort. We hadden ons allemaal (ik, moeder, coach) afgevraagd of het wel goed zou gaan, die vrijdag. Zoon moest namelijk in z’n eentje naar een toetsbespreking op een andere locatie. De locatie die hij tot anderhalf jaar geleden nog de ‘kindergevangenis’ noemde en waar hij na zijn eigen voortijdige afscheid alleen nog terug was geweest voor de diploma-uitreiking van z’n zus.
Maar ja, op die locatie werkte nu eenmaal de vakdocent economie, bij wie hij langs kon gaan om wat feedback te krijgen op een toets die hij minder goed had gemaakt dan verwacht. Economie vindt hij leuk, hij wil graag z’n diploma halen, dus hij moest wel. 

’s Avonds – we aten met z’n tweeën, moeder en zus hadden andere plannen gemaakt – zei hij plotseling: ‘Ze zei dat ik inzicht had.’ Ik vroeg wat hij bedoelde, ik begreep het niet zo snel. ‘De docent! Vanmiddag. Ze zei: je hebt inzicht.’ 

Mijn gedachten gingen terug naar een paar jaar geleden, toen we regelmatig bij hem op de bedrand zaten, ’s avonds laat. Dan zei hij vaak wat anders: ‘Ik ben mislukt.’ Moeilijk was dat, om dat aan te horen. Hoe leg je een jongen van 13 uit dat hij niet mislukt is, als hij dat wel zo voelt? Als bijna alle feedback die hij krijgt op hoe hij is, negatief is? Als er een bataljon volwassenen dagelijks in de weer is om hem in het gareel te krijgen? En dat dat blijkbaar nog niet genoeg is? Dan moet het wel aan jezelf liggen. En voel je je mislukt.

Maar dat was het afgelopen jaar veranderd. Hij had de keuze gemaakt om examen te willen doen. Hij had zelf leerboeken opengeslagen. Z’n coach had een schema gemaakt van alle toetsen die hij voor het examen moest doen. Met hulp van een pedagogisch begeleider was hij gaan leren, naar lessen gegaan, toetsen gaan maken. Eerst de makkelijke, en nu ook wat moeilijker toetsen. En om verder te komen, moest hij nu weer een stapje maken: het gebouw uit, op zoek naar een expert die hem kon helpen.

En dat was dus gelukt. Meer dan dat: hij had een compliment gekregen. Iemand had gezien dat hij inzicht had. Dat hij wat kón. 

‘Ik vind economie leuk,’ herhaalde hij nog maar eens. En in dezelfde adem door: ‘Kan ik gaan beleggen? Ik wil gaan beleggen.’ De rest van de maaltijd praatten we over beleggen en alles wat daarbij komt kijken. Nog nooit had ik zo lang een inhoudelijk gesprek met mijn zoon.

Het vraagt soms maar één iemand, die op het goede moment het juiste zegt.