Foto

“Denk je dat mij die foto boeit? Hoeveel krijg ik als de foto me niet boeit? 10 euro?” Uitdagend kijkt zoon me aan.

Via de app had de Agora-coach een foto gestuurd, met de vraag of ik die even aan zoon wilde laten zien, dan wist hij wel genoeg. Ik bekeek de foto en zag niets bijzonders. Een tafel in een lokaal met wat papieren erop, schoolboeken en twee attributen die nog het meest lijken op boekensteunen. Ik begreep niet goed waarom dit voor zoon interessant zou zijn, maar vertrouw de coach blindelings.
Dus toen zoon de woonkamer in kwam, hield ik mijn telefoon in de lucht en zei dat hij even een foto moest bekijken. Hij is nogal gesteld op z’n autonomie, en bovendien puber, dus zo maar een foto bekijken, alleen maar omdat ik dat vraag, dat doet hij niet zo maar.

Die dag was hij voor de derde keer naar Duits geweest. Het is al bijna of het normaal is. Met tegenzin kijkt hij bovendien iedere dag ’s avonds met ons Logo!, het Duitse jeugdjournaal. Hij vindt het oersaai, en de Duitse humor trekt hij slecht, maar hij rent niet weg. Hij weet zich steeds meer over z’n weerzin heen te zetten. Of misschien moet ik dat anders zeggen.

Hij kan steeds beter het onderscheid maken tussen wat hij wil, en wat wenselijk zou zijn. Tussen wat leuk is in het hier en nu, en wat leuk is voor later. Wat goed voor hem zou zijn. Het doet me eraan denken dat ik hierover las bij Philippe Meirieu: precies het leren van dat onderscheid, dat is volwassen worden, en dat is volgens Meirieu het doel van de opvoeding.
Wat volwassenen daarvoor moeten doen, om kinderen dat te leren, is weerstand bieden.

Nog een herinnering. Eerder schreef ik al over hoe slecht zoon kon inslapen, vroeger. Als baby hielp het als hij op m’n arm lag, met z’n hoofd in de kromming van mijn elleboog. Dan duwde hij tegen m’n bovenarm. Op zoek naar weerstand. Daarmee sliep hij in. Die weerstand is het, een warme, liefdevolle weerstand die hij zoekt.
Op Agora krijgt hij die. Keer op keer duwen z’n coaches hem terug. Houden ze hem klem. Liefdevol, maar duidelijk. En vragen ze hem wat hij wil leren. Dat was eerst niet zo veel, maar is gaandeweg steeds meer geworden. Zo veel inmiddels, dat hij iedere dag een stapel schoolboeken voor z’n neus heeft. Daarom had de coach een andere leerling gevraagd, of hij van twee stukken metaal daar een oplossing voor kon fabriceren. Dat wilde die leerling wel even doen. Het resultaat stond nu op de werkplek van zoon.

Die inmiddels toch dichterbij was gekomen. De nieuwsgierigheid had het gewonnen van z’n weerstand. Hij keek op mijn telefoon en z’n gezicht klaarde op. ‘Boekensteunen! Dat boeit me!’

Hoe je met weerstand iets kan ombuigen.