Rust

Wat me ik me pas realiseer nu het wat beter gaat, is hoeveel onrust het gedoe van de afgelopen jaren heeft gegeven. Ja duh, denk je misschien. Maar echt. Als je er middenin zit, dan leef je van dag tot dag. Je bent niet zo bezig met hoe het anders zou kunnen zijn. Af en toe dachten we er wel aan, maar het was nu eenmaal zo, dus gingen we maar weer door. “We hoeven gelukkig niet twee keer per week naar de nierdialyse,” zeiden we af en toe tegen elkaar. Het kon altijd erger, bedoelden we maar.

Maar ondertussen was het best intensief. Ik denk dat dat wel eens onderschat wordt. Het was iedere dag zoeken hoe we het nu weer gingen oplossen. Zou hij naar school gaan, en hoe laat zou dan het eerste appje of telefoontje komen? En toen hij thuiszat: wat wordt vandaag het programma en wie van ons tweeën kan ’s middags voor hem thuis zijn?
En dan dat eeuwige gamen als hij niets anders te doen had. Hij deed het op z’n kamer, probeerde rustig te zijn, maar als hij thuis was, was er dat permanente geroezemoes, gelach, geroep en af en toe gebonk op de tafel als het spel niet liep zoals hij wenste.

En niet alleen dat, we wilden steeds heel graag dat hij wat anders ging doen dan gamen. Dus wat het iedere dag alternatieven verzinnen om hem te activeren. Sport, een boodschap, een klusje. Waarop het antwoord meestal ‘nee’ was. Wat weer voor frustratie zorgde.
Dan laat ik de zussen nog even buiten beschouwing. Want ook zij hadden recht op aandacht. Ook zij hadden problemen, de gewone vraagstukken waar puberdochters mee te kampen hebben. Dat zoon hun altijd méér aanwezig was met zijn vraagstuk, was wel eens lastig. Wat voor een extra probleemlaag in het gezin zorgde.
En ook wij zelf hadden naast de gezinszorg andere thema’s die aandacht vroegen. Werk, om mee te beginnen, dat ook thuis wel eens doorgaat na kantooruren. De bredere familie, waarin ook niet alles op rolletjes liep en je af en toe ook tijd voor moest vrijmaken. Vrienden die het leuk vinden als je eens tijd voor ze vrijmaakt. Dat was allemaal helemaal niet vanzelfsprekend.
Er was altijd in ons achterhoofd, of eigenlijk meestal voorop in ons bewustzijn De Kwestie: hoe gaat het met zoon vandaag?

Zo is een kind met ‘problemen’ ook een gezin met een vraagstuk. En dan moet je maar hopen dat dat gezin sterk genoeg is om het vraagstuk te dragen. Want als dat gezin ook nog eens niet functioneert, worden de problemen van het kind alleen maar groter. Gelukkig was dat bij ons niet zo, maar ik heb regelmatig gedacht aan minder sterke gezinnen en hoe dat voor die kinderen daar zou moeten zijn. 
Als je op school als ‘probleem’ wordt gezien, en je komt thuis, waar je ook nog eens als ‘probleem’ wordt behandeld, wat doet dat met je zelfbeeld? En hoe ga je dat als jochie van 13 oplossen, als je ouders niet weten welke stappen ze moeten zetten, en als hulpverleners op elkaar wachten om initiatief en regie te nemen? Dat lukt je dus niet.

Maar nogmaals, wij hebben geluk gehad. We lijken op de weg terug. Zoon werkt harder dan ooit aan zijn schoolwerk. Hij gamet nog wel, maar gewoon af en toe een uurtje. Hij is bijna iedere avond weg voor sport of werk. Wij vinden onszelf steeds vaker met z’n tweeën terug in huis, aan tafel of op de bank. Er is eindelijk rust. We kunnen onze gedachten weer laten gaan. Een gesprek hebben dat langer duurt dan vijf zinnen, voor het onderbroken wordt. Een boek lezen. Een film kijken. Daardoor zijn we ook betere ouders. Kunnen we met meer geduld en zorg hem begeleiden bij wat hij nodig heeft. Duidelijker grenzen stellen zonder dat het escaleert.

Hoe alles met elkaar samenhangt. Het is zo’n ragfijn web van wederkerigheid. Zo belangrijk daar niet in verstrikt te raken, en telkens de ruimte blijven zoeken. Alleen in die ruimte vinden we de creativiteit voor de ongedachte oplossingen die nodig zijn.