Pizza (2)

“Hier heb ik bezorgd. En hier.”
We zijn op weg naar het stadion, zoals wel vaker op vrijdagavond. Thuiswedstrijd van de lokale voetbalclub. Om het voetbal hoeven we het niet te doen. Ooit was Barcelona nog eens tegenstander. Nu zouden ze al dolblij zijn nog eens Ajax te ontmoeten.

Wanhopig werden we ervan, hoeveel hij gamede. En als we hem dwongen niet te gamen werden we gek van hem, omdat hij zichzelf en ons dan stierlijk zat te vervelen. Zijn enige interesse naast gamen is voetbal en toen hij een paar jaar geleden te kennen gaf wel vaker naar een voetbalwedstrijd te willen, aarzelde ik even, maar niet lang en bestelde twee seizoenskaarten.
Zo waren we tenminste iedere 14 dagen een avond weg, en als wij samen geen geslaagde avond hadden, dan tenminste vrouw en dochters wel in een voor even game-loos huis.

Maar nu is er naast het voetbal een nieuwe activiteit, waar hij zonder morren z’n console voor laat staan. Zoon werkt sinds kort namelijk als pizzabezorger. Het is wonderbaarlijk wat dat met hem doet.
Zo draagt hij al een week lang een spijkerbroek. Hij denkt uit zichzelf na hoe en wanneer hij moet eten als hij moet werken (de drukste tijd voor pizza’s is natuurlijk rond etenstijd).
En hij, die nooit verder kwam dan een paar zielige stukjes pizza met een klein beetje rode saus, at met smaak de rijk gevulde pizza die hij na z’n eerste dienst mee naar huis kreeg. “Best lekker.”
Gisteren heeft hij de hele dag niet gegamed: te druk met school, werk en sport. Moe zat hij ‘s avonds op de bank.

Ik kijk naar hem, terwijl we fietsen en hij schijnbaar achteloos een voor een de huizen aanwijst waar hij al eens heeft aangebeld. Hij hoeft zich niet meer te verstoppen op z’n kamer. Hij kan de wereld aan.