Maandag

‘Hij is er,’ appte de coach terug, een half uur nadat zoonlief op de fiets van huis was vertrokken. Het was vanochtend niet vanzelf gegaan. Ochtenden zijn lastig. Met name maandagochtend. Met name maandagen na de vakantie. Het goede nieuws was, dat mijn vrouw en ik dat vandaag een beetje vergeten waren. Sterker nog, gisteravond hadden we nog een stevig opvoedingsgesprek met hem gevoerd. Dat zou een paar jaar geleden niet gekund hebben. 

Toen was de zondag nog de meest stressvolle dag van de week. Omdat het de volgende dag maandag zou zijn. Dat vooruitzicht deprimeerde zoonlief zo, dat hij de hele zondag niet te genieten was. Alles moest het ontgelden wat voor zijn voeten kwam. Het minst erge was dan om hem maar de hele dag te laten gamen. ’s Avonds probeerden we een strakke structuur aan te houden van eten, Studio Sport, douchen en naar bed.
Meestal tevergeefs.Als we hem dan eindelijk in bed hadden gekregen, wilde hij er maandagochtend niet uit, laat staan naar school. Meermalen was hij het huis uitgerend, om zich ergens in de bosjes te verstoppen, of in een boom te klimmen. Alles om maar niet naar school te hoeven.
Als het dan toch gelukt was, en mijn vrouw of ik (meestal mijn vrouw op maandag) eindelijk op ons werk waren, dan hadden we het gevoel dat we er al een halve dag op hadden zitten.
Gek hoe snel je er weer aan went, als dingen weer ‘gewoon’ zijn. 

Maar vanochtend dus even niet. Ergens tussen het poetsen van zijn tanden en het inpakken van zijn tas ging het mis. Hij werd boos, schopte tegen spullen, gooide wat zaken door de kamer, en in plaats van weg te fietsen, liep hij weg, zomaar de wijk in. Ik appte de coach dat het vandaag misschien even kon duren voor zoonlief op school zou zijn. Toen hij na 5 minuten niet terug was, ging ik hem zoeken. Ik vond hem al snel, gaf hem een knuffel en hij ging weer mee naar huis. Daar pakte hij alsnog zijn fiets, en vertrok. Heel langzaam.

Het is niet belangrijk hoe snel je gaat, zolang je maar in de goede richting beweegt.