Regen

‘Pap, hoe was je dag?’ Iedere dag informeert zoonlief hoe het ging vandaag. Niet zo geweldig, moest ik bekennen. Een lichte migraine maakte dat ik niet op m’n scherpst was, met een paar onhandige momenten in de gesprekken van vandaag tot gevolg. En hoe was jouw dag, vroeg ik terug?
Zijn gezicht betrok. ‘Ik was chagrijnig.’ Omdat je op de fiets naar school moest, raadde ik. Zoonlief knikte. En het regende, ging ik verder. Nog diepere frons op z’n voorhoofd. ‘Ik wil er niet meer over praten.’ Gesprek afgelopen. 

In het verslagje van de pedagogisch begeleider las ik dat hij ondanks zijn chagrijnige bui toch goed gewerkt had aan economie. De meeste opgaven zelfstandig, en bij die paar waar hij er niet uitkwam, had hij haar op het eind van het uurtje om hulp gevraagd.
Inwendig juichte ik toch een klein beetje. Dat hij naar school was gefietst, ondanks de regen, beschouw ik als een kleine overwinning van ons als opvoeders. Dat hij ondanks zijn natgeregende broek er op school toch het beste van gemaakt had, is een kleine overwinning van hemzelf.  Een jaar geleden nam hij nog bij ieder spatje regen de bus. We waren toen al blij dat hij ging. 
Stapje voor stapje herwint hij zijn zelfstandigheid en vergroot hij zijn incasseringsvermogen. Het is een subtiele wisselwerking. We hadden niet toegegeven aan zijn wens om met de bus te gaan. Ergens voelde ik vandaag aan, dat dat kon. Zonder dat ik het zeker wist. Hij had niet toegegeven aan zijn bokkenpruik. Zo komen we samen verder.