Voorwaarde

‘Hij moet het wel zelf willen.’

Hier stokte het telkens, in de periode, twee jaar geleden, vlak voordat zoonlief thuis kwam te zitten. Zoonlief wilde niets. Ja, hij wilde niet hier zijn, niet op deze school, niet in deze kindergevangenis. Maar wat dan wel? Vier paar volwassen ogen rond de tafel draaiden zich naar hem. Hij deed z’n capuchon maar weer over z’n hoofd. De meneer van het samenwerkingsverband keek ons, de ouders aan en herhaalde nog maar eens de voor hem cruciale voorwaarde.

Onze grote verbazing dit jaar is, dat zoonlief zelf iets wil. Vragen stelt, aan de gang gaat, gemotiveerd is, zoals dat heet.

Een kind komt ter wereld en is er. Mag er zijn, onvoorwaardelijk. We stellen geen eisen aan een kind om kind te zijn.

Dan, op een gegeven moment, wordt het kind ook leerling.

Een leerling moet niet te snel werken, niet te langzaam. Niet te lollig zijn, en niet te saai. Niet te beweeglijk, niet te sloom. Niet te dromerig, niet te ad rem. Niet te brutaal en niet te meegaand. Niet te eigenwijs en niet te afwachtend. Niet te hard praten en niet te zacht. Niet te speels zijn en niet te veel stilzitten. Niet te veel willen en ook niet te weinig.

Die voorwaarden kunnen we allemaal opleggen, als volwassene. Voor je het weet, verwachten we dan te veel. De leerling heeft weinig om daar tegenover te stellen, om dat te voorkomen.

Misschien alleen dit. De leerling mag de voorwaarde stellen, dat hij gezien wordt. Als het kind dat hij ook is.

Iemand heeft vorig jaar ons kind gezien. Nu weet hij wat hij wil.