Wijkfeest

Dit stukje schreef ik op 6 september 2018, toen zoonlief net opnieuw naar school was gegaan. Eerder gepubliceerd op Medium.

‘Nee, dat gaat niet gebeuren. Niet die hele stapel.’ Dat lijkt me op dat moment duidelijk genoeg. Zoonlief snapt heus dat dat toch echt te ver zou gaan: alle schoolboeken op het vuur.

Het vorige schooljaar was voor hem een stuk eerder afgelopen dan gepland. In maart, in plaats van in juli. Geen leraar die nog wat met hem kon aanvangen, geen mentor of zorgcoördinator die nog wist hoe het verder moest. Veel overleg volgde, zoals er al veel overleg was geweest, met en zonder zoonlief. Er bleven uiteindelijk twee opties over. Speciaal onderwijs, of een nieuw te starten Agora-groep.

Over die periode en hoe we die keuze gemaakt hebben gaat het misschien nog eens een andere keer. De korte versie is we ondanks twijfels en onzekerheid (nieuwe groep immers) zoonlief op hadden gegeven voor Agora Groesbeek.

Een week voordat de vakantie eindigde keken mijn vrouw en ik elkaar af en toe aan. We wisten wat we dachten: zou het wel goed gaan straks? Maar voor we er meer dan twee zinnen over gewisseld hadden, hielden we er alweer over op. Het had geen zin ons van te voren druk te maken.

De laatste dagen voor school zou beginnen was zoon niet zo blij. In de jaren daarvoor begon hij twee weken voor het einde van de vakantie steeds nadrukkelijker aan te kondigen dat hij niet naar school zou gaan. Dat bleef nu achterwege.

De eerste schooldag zou hij ’s ochtends alleen erheen fietsen, dat hadden we zo besproken. Maar hij draalde en draalde tot ik vroeg: ‘Zal ik toch maar even meefietsen?’ Zwijgend fietsten we de 8 kilometer en kwamen net op tijd voor de gezamenlijke opening. Na het eerste kwartier en een kop koffie werden de ouders uitgezwaaid. Ik had hetzelfde gevoel in mijn buik als toen we onze oudste dochter 18 jaar geleden naar de kinderopvang brachten.

De hele dag werd er niet geappt. Er werd evenmin gebeld. Niet door zoonlief, niet door school. Ook de tweede dag bleef het stil in de appgroep ‘Oostwest’, vorig jaar door zoonlief zelf aangemaakt voor hemzelf, mij en mijn vrouw. Aan het eind van de week vroegen we: hoe was het? Het ‘best leuk’ veranderde hij snel in ‘viel wel mee’ toen we vroegen het nog eens te herhalen, omdat we dachten dat we het niet goed verstaan hadden.

De omslag van de dagelijkse strijd, het verdriet en de spanning van vorig jaar naar dit reguliere pubergedrag was bijna te onwerkelijk om te geloven.

En nu, traditioneel het eerste weekend na de eerste schoolweek, was er het jaarlijkse wijkfeest. Met als hoogtepunt het vuurtje, waaraan de kinderen hun marshmallows roosteren. Daarna wordt er nog van alles brandbaars aangesleept om het vuurtje zo lang mogelijk brandende te houden. Zo was zoon dus met z’n werkboeken van vorig jaar komen aanzetten. Alsof hij ze ervoor bewaard had.

Ik moet even weggeweest zijn bij het vuur, ervan overtuigd dat hij de boodschap begrepen had. Want de volgende ochtend bij het opruimen van het vuur vond ik tussen de rest van de as een stapel verkoold papier. Ik kon het niet laten even te glimlachen. Ook voor hem was er een hoofdstuk afgesloten.